goedkoopstejurist.nl

de site voor deskundige juridische hulp tegen een scherp tarief

Blog


Vertrokken met … de kas, 05-06-2019

Dit keer een blog over een gebeurtenis uit mijn tijd als jurist bij Sportvisserij Nederland.

Af en toe komt het voor dat de penningmeester van een vereniging de verleiding niet kan weerstaan om een greep in de kas te doen.

Ook al is de dader nog zo snel….

Zo ook een keer bij een hengelsportvereniging in Friesland. In die zaak was de hebberige penningmeester zelfs politieman. Toen de andere leden van het bestuur achter de verduistering kwamen, werd de penningmeester ter verantwoording geroepen. Hem werd gevraagd om gelijk ook de boekhouding mee te nemen en bij het bestuur achter te laten.

De boekhouding bleek een chaos. En dat was natuurlijk niet voor niets want zo kon de fraude lang buiten het zicht blijven. Ook de verklaringen van de penningmeester over waar het geld was gebleven, waren erg vaag. En helaas bleek ook het geheugen van de wetsdienaar niet meer zo goed als voorheen. Na overleg tussen het verenigingsbestuur en mij kreeg de penningmeester de keus om een verklaring te tekenen waarin hij erkende het geld te hebben verduisterd of er zou aangifte worden gedaan. De ex-penningmeester wilde slechts een deel van de verduistering erkennen en alleen voor dat deel een afbetalingsregeling treffen. En dus werd er door de hengelsportvereniging aangifte gedaan wegens verduistering. De goede man schijnt niet al te lang daarna disciplinair ontslagen te zijn.

Naast het feit dat er sprake was van een strafbaar feit was er voor mij nog een belangrijke reden om de vereniging aangifte te laten doen. Als er een strafzaak komt kan een slachtoffer zich namelijk in die procedure “voegen als benadeelde”. Concreet betekent dit dat je als benadeelde de strafrechter vraagt om de verdachte te veroordelen om jouw schade te vergoeden.  Op die manier hoeft het slachtoffer niet zelf een lange en kostbare rechtszaak te voeren om zijn geld terug te krijgen.

Om je te kunnen voegen in een strafzaak, moet er natuurlijk wel een strafzaak zijn. En daarvoor ben je afhankelijk van het Openbaar Ministerie want dat orgaan bepaalt of een verdachte vervolgd wordt of niet. En ondanks de erkenning van de verdachte dat hij zo’n € 10.000 had verduisterd vond het Openbaar Ministerie het niet nodig om vervolging in te stellen. De man was volgens het OM al genoeg gestraft door zijn ontslag en bovendien was de samenleving niet geschokt door deze zaak.

Toen schoot ik behoorlijk uit mijn slof. Het kan toch niet zo zijn dat je zomaar ruim € 17.000 kan pikken?! Ik heb daarom namens de vereniging een klacht ingediend bij het Gerechtshof tegen het besluit om de verdachte niet te vervolgen. In mijn klaagschrift gaf ik aan dat er in dit geval vervolgd zou moeten worden om twee redenen. In de eerste plaats omdat er sprake was van een ernstig misdrijf waarbij de contributie van een paar duizend leden jarenlang achterover was gedrukt voor eigen gewin. In de tweede plaats werd de vereniging de mogelijkheid ontnomen om zich te voegen in het strafproces door de verdachte niet te vervolgen. En daardoor zou de vereniging alsnog zelf een kostbare civiele procedure moeten starten en daarmee nog meer gedupeerd raken.

Mijn klacht werd in eerste instantie afgewezen. Met als belangrijkste argument dat de vereniging op deze manier op oneigenlijke wijze probeerde haar schade te verhalen en daarmee misbruik zou maken van het strafrecht. De vereniging kon ook zelf wel een betalingsregeling treffen want de verdachte zei dat hij daartoe bereid was. Toen schoot ik ook uit mijn andere slof. De dader vrijuit laten gaan en de vereniging verwijten dat zij de dader bestraft wilde hebben?

Dus maakte ik bezwaar tegen de afwijzing. Hierin gaf ik aan dat het verwijt aan de vereniging als een klap in het gezicht voelde. De overheid die jou hoort te beschermen, verwijt jou als slachtoffer misbruik te malen van een wettelijk recht!

Het Hof voelde het gelukkig net zo en gaf het Openbaar Ministerie in duidelijke bewoordingen opdracht om de zaak alsnog voor de strafrechter te brengen. Het Hof merkte daarbij fijntjes op dat de verdachte ondanks zijn vrome beloftes na anderhalf jaar nog geen enkele cent had terugbetaald. Zijn beloftes waren dus weinig waard gebleken.

In de strafzaak die volgde wees de rechter de vordering van de hengelsportvereniging voor zover die door de verdachte was erkend toe. Hiermee was er toch weer € 10.000 teruggehaald.  Voor het restant moet de vereniging alsnog naar de burgerlijke rechter.


Parkeren voor € 389, 27-04-2019

Het zal je maar gebeuren; je hebt een invalidenparkeerkaart. Je parkeert op een invalidenparkeerplaats… en toch vind je bij terugkomst bij de auto een bon onder de ruitenwisser.

Hier is het oppassen

En niet zomaar een bon. Nee, één van € 380,00! Exclusief administratiekosten want tegenwoordig betaal je voor het werk dat onze overheid heeft aan het uitschrijven van een bekeuring. Dus komt er nog € 9,00 bij.

Dan ga ja natuurlijk direct door naar het gemeentekantoor om daar om opheldering te vragen. En wat bleek? Het was geen foutje want de invalidenparkeerkaart was al een paar maanden verlopen! Tja, nooit in de gaten gehad want een invalidenparkeerkaart is 5 jaren geldig en dan let je op een gegeven moment niet meer zo op de einddatum. En dat betrokkene recht had op een nieuwe parkeerkaart was ook glashelder want medisch was er helaas nog steeds alle reden om weer een nieuwe kaart aan te vragen. Dat zag de ambtenaar zelf ook wel. Maar ja regels, zijn regels.

Dus de boete bleef gehandhaafd en de betreffende ambtenaar nam voor de zekerheid ook de invalidenparkeerkaart maar in beslag.

Daar sta je dan. Met een mega-boete voor het parkeren op een plek waar je medisch gezien recht op hebt, maar juridisch gezien formeel niet omdat je te laat was met het aanvragen van een nieuwe parkeerkaart.

Toen ik dit verhaal hoorde heb ik gelijk aangeboden om kosteloos een brief op te stellen om te vragen de zaak te seponeren. Seponeren wil zeggen dat Justitie de straf laat vervallen wegens bijzondere omstandigheden ook al ben je strikt genomen wel schuldig.

In mijn brief aan Justitie heb ik aangegeven dat er inderdaad formeel sprake was van een overtreding. Maar dat het wel heel sneu is om een boete te krijgen voor het parkeren op een plek waar je op zich recht op hebt, als je op tijd een nieuwe parkeerkaart zou hebben aangevraagd. Verder gaf ik aan dat er geen intentie was geweest om invaliden te benadelen en dat er ook niemand was benadeeld omdat betrokkene ook het recht had om daar te parkeren. En tot slot wees ik op het feit dat de boete wel erg hoog was voor iemand met een pensioen. Het een ander aangevuld met enkele bewijsstukken werd tot slot gevraagd, ondanks de overtreding toch geen boete op te leggen.

Om het menselijke aspect te benadrukken heb ik er voor gekozen dat betrokkene de brief zelf zou versturen. Dit leek mij beter overkomen dan dat een “kille” jurist een brief zou sturen namens een “cliënt”. Bovendien, zou men bij Justitie kunnen denken; iemand die een jurist kan betalen kan de boete ook wel betalen.

En toen maar afwachten of er bij Justitie nog mensen zitten die de zaak als mens bekijken en niet alleen naar de regels kijken.

Gelukkig duurde het wachten maar kort en … blijkt er in ons rechtssysteem toch nog ruimte om ook te kijken naar de mens achter de zaak. Want korte tijd na het versturen van de brief belde betrokkene mij op dat de boete was teruggebracht naar een bedrag van € 40.  Voor hem een enorme opluchting en het gaf mij een fijn gevoel iemand zo te kunnen helpen met mijn kennis en ervaring.

Landje-pik, 09-04-2019

Stel, je koopt een bedrijfspand. Met een stuk grond eromheen. En dan kom je er na enkele jaren achter dat een flinke strook grond achter het bedrijfspand ook nog bij jouw grond hoort. Je wist dat niet omdat eerder een ander gebouw op de grond van de buren de toegang tot die strook grond belemmerde.

Staat deze schutting wel op de erfgrens?

Maar nu dat gebouw is gesloopt blijk je ineens – een stuk grond – rijker dan je dacht. Alleen is die strook grond al heel lang door de achterbuurman bij zijn tuin getrokken. Dat was nooit een probleem want jij kon toch niets met die grond zo lang het bedrijfspand er staat. En het is een aardige man want 6 jaar geleden vroeg hij keurig of hij een afdakje in “zijn” tuin mocht maken op het stuk grond dat eigenlijk van jou is.

Maar toen hoorde je iets over verjaring. En hoorde je ook nog dat men van plan is om naast jouw terrein weer te gaan bouwen. Tja, dan is het toch wel handig om de erfgrens weer even goed duidelijk te hebben voor iedereen. Want stel dat je het bedrijfspand ooit wil afstoten of het pand af wil breken en de strook grond wordt wel weer bereikbaar. Dan is die strook grond een hoop geld waard.

Mijn cliënt wilde daarom graag een overeenkomst sluiten met de achterbuurman over het gebruik van zijn grond. Maar maakte hij met het aanbieden van zo’n contract geen slapende honden wakker? En was er eventueel al sprake van verjaring? Tijd voor een gesprek met een jurist.

Bij het bezit van grond geldt een verjaringstermijn van 10 jaren als de bezitter niet wist en ook niet hoefde te weten dat de grond niet van hem was. De bezitter is dan “te goeder trouw” en in verband met de rechtszekerheid zegt de wet dat dan de bezitter wordt beschermd. En de eigenaar… die verliest dan dus zijn eigendom.

Had de bezitter van de grond moeten twijfelen of de grond wel van hem was, dan is hij niet “te goeder trouw”. Dit wil overigens niet zeggen dat de bezitter te kwader trouw is! Is er geen sprake van bezit “te goeder trouw” dan is de verjaringstermijn 20 jaren.

Bij verjaring is verder van belang dat de verjaring gestopt kan worden ofwel “gestuit” in juridisch jargon. Er begint dan een nieuwe verjaringstermijn te lopen. De verjaring wordt onder andere gestuit door erkenning van het recht van de eigenaar. In dit geval was het dus heel belangrijk dat de achterbuurman 6 jaar geleden toestemming had gevraagd aan mijn cliënt om een afdakje te mogen maken. Daarmee erkende hij dat mijn cliënt eigenaar was van de grond.

Gelukkig was er hier geen sprake van onenigheid en hoefde er niet gestreden te worden over de vraag of er sprake was van verjaring en of de achterbuurman te goeder trouw was of niet. In goed overleg heb ik een overeenkomst opgemaakt die de achterbuurman het recht geeft om de grond van mijn cliënt te gebruiken tot hij zal verhuizen of overlijdt. Zo’n gebruikersovereenkomst moet aan een aantal wettelijke eisen voldoen dus schakel in een geval als dit altijd even een deskundige in.

Verborgen gebrek in zicht, 19-03-2019

Een aardig stel wilde hun huis verkopen. Als verkoper moet je dan een vragenlijst invullen waarin ook vragen staan over eventuele gebreken aan de woning. De enige vraag op het formulier over de ramen was als volgt: Is er bij dubbele beglazing sprake van “lekke” ruiten? Zo ja, waar? Mijn cliënten antwoordden op deze vraag: “Boven defect”.

Boven defect

Op een mooie dag meldden zich kopers en er kwam een overeenkomst tot stand. Op de dag van de overdracht bij de notaris klaagden de verkopers er over dat bij de opleveringsinspectie was gebleken dat de ramen niet alleen lek waren, maar dat de ramen ook niet open konden. Doordat de ramen afgeplakt waren met tape hadden de kopers dit naar hun mening niet eerder kunnen ontdekken. De notaris vroeg of de kopers de levering door wilden laten gaan of dat zij de levering wilden uitstellen. De verkopers en kopers spraken af het er nog over te zullen hebben na de overdracht.

Na deze plechtigheid spraken de verkoper en koper nog kort over de ramen gehad maar de verkopers waren niet bereid de kopers hierin tegemoet te komen.

En toen volgde er een brief van een juridisch kantoor; of de verkopers de ramen nog maar even wilden vervangen. En zo niet, dan zouden de kopers de klus zelf wel uitvoeren op kosten van de verkopers.

Tijd voor de verkopers om mij in te schakelen want het werd nu toch wel wat spannend. Uiteraard liet ik mij eerst door de verkopers goed informeren over alle feiten en vroeg ik om een kopie van het vragenformulier.

Het bleek dat de kopers voorafgaand aan de koop, de woning slechts één keer hadden bezichtigd. Het bezoek vond in grote haast plaats en de kopers hadden geen makelaar bij zich. De kopers hadden ook geen bouwkundige keuring laten verrichten.

Verder is van belang dat kopers van een wettelijke onderzoeksverplichting hebben met betrekking tot eventuele gebreken. In dit geval stond op het formulier ingevuld dat de ramen “boven defect” waren. Bovendien waren de ramen afgeplakt met tape. Dit had voor de kopers aanleiding moeten zijn om de ramen te testen dan wel gewoon even te vragen waarom de ramen waren afgeplakt. Het afplakken van een raam is immers niet gebruikelijk bij een goed werkend raam.

Verder bleek dat de kopers de nacht voor de levering al een nacht in het huis hadden geslapen. De kopers waren dus ook de dag voor de levering nog ruimschoots in de gelegenheid om te kijken of de ramen goed functioneerden.

Op grond van al die feiten heb ik de jurist van de kopers laten weten dat de verkopers de defecte ramen niet gingen herstellen. Zij hadden immers aan hun informatieplicht voldaan terwijl de kopers niet aan hun onderzoeksplicht hadden voldaan hoewel de gebreken goed zichtbaar waren. Het dossier kon na mijn brief worden gesloten.

We hebben je niet meer nodig, 11-03-2019

Een vriendelijke jongeman werd een paar jaar geleden enthousiast binnengehaald bij het bedrijf. Maar tijden veranderen snel en managers soms nog sneller. Een nieuwe manager, een nieuwe aanpak en ineens deug je nergens meer voor en voel je dat het bedrijf van je af wil.

Eerst geeft de werkgever dit nog niet toe, maar de signalen worden duidelijker en op een dag begint men over het treffen van een regeling om uit elkaar te gaan.

bron: www.peoplecompany.nl

De jongeman vond zijn werk al niet zo leuk meer. Maar ja, akkoord gaan met ontslag is wel een heel grote stap. En hoe zit het dan met een eventuele uitkering? Aan de andere kant .. heb ik dan recht op een transitievergoeding? En als dat zo is en ik vind heel snel een andere baan. Dan kan het nog wel eens interessant zijn.

Kortom, maar eens praten met ondergetekende voor een stuk uitleg, het berekenen van de transitievergoeding en het bespreken van de zaken die geregeld moeten worden en vastgelegd. Met als belangrijke aandachtspunten; de datum waarop het dienstverband eindigt, vrijgesteld worden van het werk tot de einddatum, recht houden op de vergoeding als de werknemer snel weer ander werk vindt, uitbetalen of opnemen van vakantiedagen, het concurrentiebeding en “last but not least” de vergoeding van mijn kosten door de werkgever.

Na het doorspreken van deze zaken heeft de werknemer zelf onderhandeld met de werkgever want hij wist na het gesprek met mij waar hij stond en hij wist goed wat hij wilde. Zo bleven mijn kosten beperkt. Deze kosten werden overigens door de werkgever betaald mede omdat die uitermate redelijk waren door mijn tarief.

Bij de onderhandelingen bleef ik uiteraard wel “stand by” op de achtergrond en hadden de jongeman en ik telkens even contact. Nadat alle afspraken waren gemaakt en door de werkgever waren vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, heb ik in deze overeenkomst nog enkele zaken laten aanpassen waarna de zaak rond was.

Eind goed al goed; de jongeman vond snel ander werk en ontving naast zijn nieuwe inkomen ook nog een kleine transitievergoeding. Maar het belangrijkste was misschien wel dat hij nu weer met plezier naar zijn werk gaat.

Het voorgaande is helaas een klassiek verhaal; na vele jaren naar tevredenheid te hebben gewerkt, is er na een organisatiewisseling of nieuwe manager ineens kritiek op je werk. Met een hoop stress tot gevolg en vaak gevolgd door ziekte. De bedrijfsarts komt om de hoek kijken en wil dat je weer aan het werk gaat. Uit elkaar gaan is dan vaak de beste oplossing, maar wel met een eerlijke regeling.


© 2019 goedkoopstejurist.nl

Thema door Anders Norén